GoodFood@School: Soepproject in Sint-Jan Leuven

GoodFood@School: Soepproject in Sint-Jan Leuven

12/04/2022
Naomi Dries
Naomi Dries
Programmamedewerker GoodFood@School bij Rikolto

In het najaar van 2021 lanceerden Rikolto en Stad Leuven de projectoproep GoodFood@School, waarbij Leuvense basisscholen hun eigen project rond gezonde, toegankelijke voeding mochten indienen. Zes projecten werden goedgekeurd en startten eind januari op. Eén van die projecten is dat van de Sint-Jansschool: een kleine buurtschool met twee vestigingen. Bij het binnenwandelen van de school word ik begroet door de heerlijke geur van vers gebak, het resultaat van een projectdag in de kleuterklas. Het thema voeding leeft hier duidelijk. Maar wat doet de school precies binnen hun GoodFood@Schoolproject? Sam Rely, directeur van de school, doet hun verhaal uit de doeken.

Hoe is het bij jullie op school begonnen?

We speelden al langer met het idee om soep aan te bieden aan de leerlingen. Dat is iets heel laagdrempelig en gemakkelijk maar ook heel gezond. We werkten al nauw samen met de buurtwerking ’t Lampeke en hun kinderwerking Fabota. Zij gebruiken vaak onze gebouwen in de vakanties. Zij maakten al soep voor hun kinderen. We zagen hen dan met de bakfiets en hun soepketel langskomen en dachten amai, dat is eigenlijk wel echt heel tof. Het financiële duwtje vanuit de projectoproep heeft ons over de streep getrokken om ons soepproject effectief op te starten.

Soep op school in samenwerking met de buurtwerking, wat houdt dat allemaal in?

We voorzien zelf de groenten van een bioboer uit Veltem, die in het weekend naar de school worden gebracht. Op maandagochtend worden de groenten gesneden door ouders die vrijwillig komen helpen. De gesneden groenten gaan vervolgens naar Fabota, waar de kok de soep bereidt. Die soep wordt in speciale soepketels met de bakfiets naar school gebracht. De groenten leggen dus een hele weg af – maar het blijft wel korte keten!

In het begin zijn we gestart met één keer soep per week. Na de krokusvakantie wouden we uitbreiden naar twee keer per week, dus hebben we de hoeveelheid groenten verhoogd, maar we merkten dat er veel te veel was. Daarom geven we nu drie à vier keer per week soep. De levering gebeurt twee keer per week. Een deel wordt meteen uitgedeeld, een deel ingevroren. Onze vriezer zit hier helemaal vol (lacht). Alle leerlingen krijgen gratis soep. De ingrediënten worden bekostigd vanuit ons sociaal fonds. Per vestiging hebben we één medewerker die de warme maaltijden in goede banen leidt. Die mensen nemen de afwas van de soepbekers op zich.

Is voeding een thema dat erg leeft op jullie school?

Ja, toch wel. Alle leerlingen van het lager gaan tweewekelijks naar de bioklas, waar ze in kleinere groepen werken rond alles wat met natuur en duurzaamheid te maken heeft. We hebben een kleinschalige maar mooie schoolmoestuin waar in de bioklas dingen gezaaid en geoogst worden, waar ze de in de eetzaal iets mee maken. De leerlingen vinden die bioklas héél leuk. Ik denk als je over tien jaar aan de leerlingen van nu vraagt wat hen is bijgebleven, dat ze het dan over de bioklas en de tuin zullen hebben. Verder zijn er ook een aantal acties rond voeding die doorheen het jaar terugkomen, zoals het thema van gezonde brooddozen, of het pimpen van de drinkbussen met allerlei smaakjes.

Hoe kijk je naar de rol van de school in het aanbieden van voeding?

Gezonde, duurzame voeding voor onze kinderen kunnen aanbieden is eigenlijk een beetje een must. Als kinderen acht of negen uur per dag op school zitten, moeten we daar echt over nadenken en sterker op inzetten. Het lege brooddozenverhaal, wat we hier op school ook zien, dat mag in deze tijd eigenlijk niet meer. Daar moeten we ons als maatschappij tegen kunnen wapenen. We vangen dat al een stukje op met ons sociaal fonds, waarbij de sterkere schouders wat mee helpen dragen. We zijn ook heel blij om te zien dat het soepproject het doel om die voeding aan alle leerlingen aan te bieden echt bereikt.

Verder hebben we ook een eigen koek- en fruitsysteem, om ervoor te zorgen dat alle kinderen hetzelfde krijgen. Want we merkten daarvoor dat sommige kinderen 4 koeken bijhadden en anderen niets. Door zelf de koeken en fruit te voorzien hebben we dat gelijkgetrokken. Ouders betalen nu een lage bijdrage voor een dagelijks tussendoortje.

Welke reacties krijg je van leerlingen, leerkrachten en ouders over jullie soepproject?

Leerlingen een leerkrachten vinden het heel tof. Het is een heel gezellig moment. De leerlingen eten hun boterhammen in de klas, dus die soep en de geur van die soep komt dan ook de klas binnen, en de gezelligheid van samen soep drinken is heel verbindend op een bepaalde manier – nog meer dan het gewone boterhammenmoment op zich. Dat hoor ik echt heel vaak terugkomen bij de leerkrachten. Van de ouders heb ik momenteel nog minder reacties. Morgen hebben we onze eerste ouderraad sinds het soepproject gestart is, dus dat wordt een beetje een klankbord. Maar ik verwacht eigenlijk wel positieve reacties.

Wat is volgens jou het meest cruciale element om jullie project te doen slagen?

Voldoende werkkrachten die structureel ingebouwd worden. We voelen wel dat het moeilijker wordt. Je hebt vrijwilligers nodig om de groenten te snijden, en we werken ook wat op de goodwill van ’t Lampeke. Je moet dat wel warm houden en in investeren. We zijn heel erg aan het zoeken hoe we dit project nu structureel kunnen verankeren, voornamelijk wat het maken van de soep betreft. Eén keer in de school kan er geschoven worden met organisatorische taken, bijvoorbeeld voor het uitdelen en afwassen. Daar kan je creatief mee omspringen. Maar we kunnen niet aan onze medewerkers van de warme maaltijden vragen om plots voor heel de school soep te maken, want financieel hebben we ook niet de ruimte om hun uren uit te breiden. Basisscholen worden eigenlijk maar heel nipt gefinancierd, en wij zitten dan ook nog eens in de moeilijke positie dat we twee vestigingen hebben en dus eigenlijk twee vestigingen draaien met het budget van één vestiging. Dat maakt dat we met een erg krap budget werken.

Heb je tips voor andere scholen?

Mijn eerste tip is: schaf de warme maaltijden niet af. We merken dat heel veel scholen stoppen met die warme maaltijden en ik snap dat, want het vergt een hele logistiek en er hang ook een prijskaartje aan. Maar het biedt ook heel veel mogelijkheden! Ook om die lege brooddozen een stuk op te vangen. Een andere tip, voor scholen die een project als het onze willen opstarten, is om voldoende partners te zoeken. Je hoeft als school niet altijd alles alleen te dragen. Er zijn heel veel mensen buiten de schoolpoort die kunnen én willen helpen. Ik verbaas me altijd hoeveel vrijwilligers die we voor bepaalde dingen toch altijd kunnen mobiliseren. Twee maanden geleden hadden we geen soep. Nu maakt iemand van de buurtwerking soep, iemand van de raad van bestuur helpt met de aankoop van de groenten en de ouders snijden elke week de groenten… als je ziet wat voor een netwerk er op twee maanden gegroeid is, is dat toch echt wel fantastisch.